VZW
PIBO-Campus

Pagina afdrukken

Bieten en maïs in strepen: introductie van strip-till

Strip-till maïs Strip-till maïs 2

 

Projectomschrijving

Vanaf 2018 worden landbouwers verplicht mulchzaai of strip-till toe te passen op de meest erosiegevoelige (paarse) percelen wil men maïs telen.

De techniek van mulchzaai, al dan niet gekoppeld aan niet-kerende-grondbewerking, werd in het verleden al bestudeerd bij suikerbieten en maïs. De techniek heeft ook in de praktijk ingang gevonden. Heden wordt de techniek op een tiental procent van het suikerbietenareaal gebruikt, voornamelijk op erosiegevoelige percelen.

Strip-till is veel minder gekend en staat in Vlaanderen nog in zijn kinderschoenen. Gezien de beperkte ervaringen die er momenteel zijn met strip-till, en de korte termijn waarin de techniek geïmplementeerd dient te worden voor maïs, leven er in de praktijk nog veel vragen hieromtrent: denken we hierbij maar aan de inpasbaarheid van dierlijke mest, welke groenbemesters passen,  combinatie van andere grondbewerking (in de rotatie), voorteelten, … . Ook voor suikerbieten biedt de techniek interessante toekomstperspectieven maar veel vragen blijven onbeantwoord.

Doelstellingen

  •  Het introduceren van de strip-till-techniek in Vlaanderen.
  • Aanpassen en optimaliseren van strip-till aan de Vlaamse omstandigheden.
  • Demonstreren erosievoorkomend effect van strip-till
  • Demonstreren van verschillende groenbedekkers en najaarsbewerkingen in een systeem met strip-till
  • Toepassing van dierlijke mest of afgeleide producten bij een strip-till-systeem
  • Toepassing van minerale stikstof of samengestelde meststoffen om de startgroei te stimuleren
  • Benaderen van mogelijke besparingen in bodembewerking
  • Meten van de invloed van de techniek op de opbrengsten
  • Uitwerken van een strategie om strip-till in de rotatie of het bedrijfssysteem in te passen
  • Landbouwers ervaringen laten opdoen met strip-till

Het bereiken van deze doelstellingen zal gerealiseerd worden door:

  • Demonstreren van de toepassing van strip-till
  • Demonstreren van strip-till bij verschillende uitgangssituaties, oa diverse groenbedekkers, najaarsbewerkingen
  • Illustreren van het effect op erosie en andere bodemparameters
  • Voorlichtingsacties rond de strip-tilltechniek
  • Digitale uitgave van een brochure rond strip-till

 Werking PIBO-campus

  •  Deel 1:  Strip-till maïs in akkerbouwrotatie

De eerste reeks van aan te leggen demovelden heeft als belangrijkste doel de techniek van strip-till te tonen. De aan te leggen objecten worden gekozen op basis van reeds opgedane kennis uit binnen- en buitenland. Er wordt gekozen om te starten vanuit een akkerbouwrotatie. De verschillende behandelingen worden dan ook bij voorkeur aangelegd na granen met gele mosterd als groenbedekker. Ploegen wordt als referentie gebruikt

Globaal zullen voor maïs de demovelden volgens onderstaand schema aangelegd worden:

  1. NKG + mengmest/groenbedekker (najaar) + Ploegen voorjaar
  2. NKG + mengmest/groenbedekker (najaar) + NKG
  3. Ploegen + mengmest/groenbedekker (najaar)- strip-till 15 cm
  4. Ploegen +mengmest/ groenbedekker (najaar)- strip-till 25 cm
  5. NKG + mengmest/groenbedekker (najaar)- strip-till 15 cm
  6. NKG + mengmest/groenbedekker (najaar)- strip-till 25 cm
  7. NKG + groenbedekker (najaar)- strip-till 15 cm +mengmest
  8. NKG + groenbedekker (najaar)- strip-till 25 cm + mengmest
  •  Deel 2: Strip-till en mengmest (uitsluitend voor maïsteelt)
  • Deel 3: Strip-till en kunstmest

Een belangrijk deel van deel 2 gaat over de positionering van de mest. Ook wat kunstmest betreft kan hier dezelfde vraag gesteld worden. Bij maïs en suikerbieten wordt de aanvullende kunstmestgift doorgaans via rijenbemesting gegeven. De kunstmest komt dan idealiter 5cm naast en 5cm onder het zaad te liggen. De vraag is of dit bij strip-till ook de meest ideale positie is of dat de kunstmest net als bij de dierlijke mest ook  recht onder het zaad wordt toegediend. Vraag is ook of bij een toediening van de dierlijke mest een aanvullende kunstmestgift nodig is. In de suikerbieten zullen voorafgaande testen gedaan worden in 2015. Maar uit vroegere ervaring is gebleken dat het risico voor verbranding van jonge kiemen groot is. Op basis hiervan zullen de  objecten van 2016 vastgelegd worden.

In dit luik is het voorstel om volgende zaken op te nemen:

  1. Kunstmest bij zaaien
  2. Kunstmest (KAS 27% N) bij strip-till 5cm onder zaad
  3. Kunstmest (KAS 27% N) bij strip-till 10cm onder zaad
  4. Kunstmest (Entec ) bij strip-till 5cm onder zaad
  5. Kunstmest (Entec ) bij strip-till 10cm onder zaad
  6. Strip-till + dierlijke mest en kunstmest bij zaaien
  •  Deel 4: Strip-till en groenbedekkers

In dit luik is het bedoeling het effect van groenbedekkers in combinatie met strip-till na te gaan. Vooral de “verwerkbaarheid” en de vernietiging van de groenbedekker is een belangrijk gegeven. Gewassen als gele mosterd laten zich na een winter doorgaans beter “verwerken” dan een grasgroenbedekker. Doel is om verschillende groenbedekkers uit te zaaien, ze in het voorjaar op verschillende manier te gaan vernietigen en dan de strip-till toe te passen.

Er wordt getracht om een 5-tal groenbedekkers in te zaaien van een verschillende gewasgroep. De keuze valt bij voorkeur ook op combinaties van groenbedekkers die aanmerking komen voor de vergroening in kader van het nieuwe GLB.

In het voorjaar gebeuren volgende bewerkingen dwars op de ingezaaide stroken:

  1. Glyfosaat
  2. Frezen
  3. Schijveneg
  4. Cultivator
  5. Klepelen
  6. Rollen

Looptijd: 2015-2016