VZW
PIBO-Campus

Pagina afdrukken

Veldbonen, van veld tot voer

Projectomschrijving

Het tekort aan geconcentreerde eiwitbronnen voor de veehouderij maakt dat Vlaanderen nog te veel afhangt van de invoer van overzeese soja om het binnenlandse vee te voeden. De toepassing van lokaal geteelde eiwithoudende gewassen is mogelijk maar tot op heden nog onvoldoende gekend. Hierdoor blijft de import van soja op een zeer hoog niveau. Maatschappelijk staat deze soja import sterk onder druk, maar ook met het oog op verduurzaming van de veehouderij is er nood aan alternatieven. Het belang hiervan werd met de publicatie van de ‘Farm to Fork’ strategie en het lanceren van de ‘Vlaamse eiwitstrategie’ enkel maar versterkt.

Veldbonen kunnen zeer hoge eiwitopbrengsten halen en gedijen goed onder de Vlaamse klimaatomstandigheden. Bijkomend maakt de subsidie via de pre-ecoregelingen deze teelt ook op economisch vlak competitiever met andere teelten. De toepasbaarheid van veldbonen als winter- of zomervariëteit of de combinatie met granen in een mengteelt zorgt dan weer voor flexibiliteit en maakt dat er voor iedere landbouwer wat wils is. Daarnaast kent deze teelt in Vlaanderen al een ruim verleden waardoor ook de teelttechnische kennis al vergevorderd is. Desondanks blijkt, met slechts 556 ha, het areaal veldbonen in Vlaanderen tot op vandaag nog beperkt (Bron: Statbel 2020).

Gezien het gewas een hoger opbrengstpotentieel heeft op de zwaardere gronden en een akkerbouwmatige aanpak vraagt, zijn vooral West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen momenteel koploper in het verbouwen van de teelt. Desalniettemin zijn ook de akkerbouwregio’s in Zuid-Limburg en Vlaams-Brabant zeer geschikt. De vervoedering concentreert zich dan weer voornamelijk op de lichtere gronden, waar de meeste (melk)veebedrijven zich bevinden.

Door, naast een globale, ook een regionale uitbouw van de veldbonenteelt te stimuleren wordt de afstand tussen aanbieder en afnemer letterlijk verlaagd wat de ideale omstandigheden biedt voor het leggen van duurzame samenwerkingsverbanden tussen akkerbouwers en veehouders. Deze samenwerkingsverbanden zijn essentieel om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Een grotere vraag trekt twijfelende akkerbouwers over de streep. Een toename in het aanbod maakt het vervoederen voor de veehouder interessanter.

Door initiatieven op poten te zetten, en daarmee de globale interesse in de teelt te verhogen, zullen tot slot ook andere ketenschakels, waaronder veevoederfirma’s, de zaadveredeling en de melkindustrie, op korte termijn aansluiten en de uiteindelijke eiwittransitie vergemakkelijken.

Het project heeft als doel de importafhankelijkheid van de Vlaamse landbouw t.a.v. niet-Europees eiwit in de veevoeding te reduceren en dit door meer in te zetten op lokale eiwitrijke teelten, m.n. veldbonen. De kennis omtrent veldbonen is al vergevorderd en direct inzetbaar. Hierdoor kunnen ze al op korte termijn een belangrijke meerwaarde betekenen in het verduurzamen van de veehouderij.
Echter zien we in praktijk dat, ondanks de opportuniteiten van deze teelt, de opschaling achter blijft. Om deze opschaling te stimuleren, en aan een versneld tempo op gang te trekken, zijn er binnen het project een aantal subdoelstellingen geformuleerd.

  • Inventarisatie van de knelpunten
  • Meer duidelijkheid krijgen over de rendabiliteit
  • Afnemers en aanbieders met elkaar in contact brengen
  • Ketenpartners betrekken bij samenwerkingsverbanden

Looptijd project

01/03/2022 – 29/02/2024