VZW
PIBO-Campus

Pagina afdrukken

DIF provincie Limburg: Evaluatie van het potentieel van lokale maatregelen voor watercaptatie en –opslag voor de landbouw in Limburg

Korte projectomschrijving

De gemiddelde opbouw van het cumulatief neerslagtekort, het verschil tussen de neerslag en de potentiële evapotranspiratie (verdamping), voor de periode 2015-2019 kende een verloop dat zich in de periode 1905-2014 nooit heeft voorgedaan. Terwijl voordien het 5-jaarlijkse gemiddelde neerslagtekort quasi nooit boven 150 mm ging, steeg het gemiddelde neerslagtekort voor 2015-2019 vlot boven 200 mm. Dit illustreert het uitzonderlijke karakter van de voorbije vijf jaar wat betreft het neerslagtekort. Relatief hoge waarden komen in de laatste 25 jaar frequenter voor dan voordien. Omgekeerd komen relatief lage waarden minder frequent voor. Beide fenomenen dragen bij aan de waargenomen stijging van het cumulatief neerslagtekort. De dieperliggende oorzaak van deze trends is de toegenomen potentiële evapotranspiratie tijdens het groeiseizoen in combinatie met de neerslaghoeveelheid in het groeiseizoen die de laatste jaren is afgenomen (www.milieurapport.be). Maar hoeveel bedraagt het neerslagtekort nu juist voor een teelt, of met andere woorden: hoeveel water is er nodig om in periodes van droogte de normale gewasgroei niet te verstoren?

Doelstellingen

Bovenstaande situering schetst de enorme uitdaging om voldoende water te bufferen, zodat ook in periodes van droogte het gewas van voldoende water  kan voorzien worden en een normale gewasgroei  kan verzekerd worden. Mogelijkheden om water op te slaan en te bufferen moeten lokaal in samenwerkingsverband bekeken worden. In grote lijnen lijken de oplossingen in Noord-Limburg te verschillen van oplossingen in Zuid-Limburg, omwille van de verschillen in ondergrond. In Noord-Limburg kiezen landbouwers snel voor relatief oppervlakkig grondwater, en dus voor de veiligheid van eigen putten met een goede grondwaterkwaliteit. Dit in tegenstelling tot Zuid-Limburg, waar het grondwaterpeil dikwijls dieper ligt, en de nood aan gebruik van oppervlaktewater dan ook groter is, al ligt het aantal beken in de leemstreek laag, en deze dan ook nog eens droogvallen in de zomer (Elsen et al., 2020). De uitdaging, namelijk voldoende water om in de gewasbehoefte van de teelt te voorzien, blijft echter dezelfde. Doelstelling van dit projectvoorstel is dan ook om het potentieel van verschillende lokale maatregelen te evalueren voor watercaptatie en -opslag, waarbij enkele maatregelen zowel voor Noord- als Zuid-Limburg van toepassing kunnen zijn, terwijl andere maatregelen enkel voor Zuid-Limburg relevant zijn.

Inschatting van impact op Limburgse land- en tuinbouw

Zoals reeds aangegeven, wensen we in dit projectvoorstel een protocol te ontwikkelen aan de hand waarvan de praktische en financiële haalbaarheid van een bepaalde maatregel voor watercaptatie en -opslag kan worden geëvalueerd. Dit protocol zal ook toegepast worden op verschillende maatregelen die lokaal in Limburg toegepast zouden kunnen worden. De projectresultaten zullen dan ook aangeven welke maatregelen al dan niet haalbaar zijn voor de fruitteler/landbouwer of andere stakeholders (overheden,…), zodat een weloverwogen keuze gemaakt kan worden wanneer lokaal gezocht wordt naar mogelijkheden voor watercaptatie en -opslag. Dit projectvoorstel wordt dan ook afgesloten met een selectie van de meest veelbelovende maatregelen, waarna deze in een vervolgtraject effectief op het terrein gerealiseerd zouden kunnen worden, en als voorbeeld kunnen fungeren voor fruittelers, landbouwers, overheden,… .

Werkpakketten:

  • WP1 – Ontwikkeling protocol ter evaluatie van het potentieel van lokale maatregelen voor watercaptatie en –opslag è beoordeling op parameters: waterkwaliteit en –kwantiteit, praktische haalbaarheid, wateropslag, vergunningen, transport, toepassing van water via irrigatie/beregening, financieringsmogelijkheden, rendabiliteit
  • WP2 – Wateropvang op het bedrijf: normen voor nieuwe gebouwen sinds 2016 en potentieel bestaande loodsen
  • WP3 – Wateropvang op het perceel – hellende percelen: kan dit water ingezet worden voor (druppel)irrigatie/beregening?
  • WP4 – Wateropvang op het perceel – (peilgestuurde) drainage: maximale benutting van neerslag
  • WP5 – Wateropvang in bekkens (waterbuffers, trekpoelen, …)
  • WP6 – Sorteerwater: in fruitteelt is het nat (voor)sorteren belangrijker geworden. Kan dit water gebruikt worden in periodes van droogte?
  • WP7 – Water van RWZI’s: Aquafin biedt bij een aantal RWZI’s gezuiverd afvalwater aan als alternatief voor toepassingen die geen drinkwater vereisen. Hierbij moet echter de nodige aandacht besteed worden aan kwaliteit van het water voor toepassing in land- en tuinbouw (zoutdruk, sanitaire aspecten, voedselveiligheid, …)
  • WP8 – Water van regenkappen kleinfruit : tussen de regenkappen kunnen goten gemonteerd worden om hemelwater op te vangen dat gebruikt kan worden voor irrigatie/fertigatie ofwel kan er een systeem geïnstalleerd worden om het hemelwater terug te laten infiltreren in het gangpad.
  • WP9 – Regenwater van industrie: kan de landbouw regenwater afkomstig van de industrie benutten?
  • WP10 – Selectie praktijkcases: in WP2-9 zal het potentieel van verschillende lokale maatregelen geëvalueerd worden voor watercaptatie en –opslag aan de hand van het protocol in WP1. Op basis van deze evaluatie, die rekening houdt met praktische en financiële haalbaarheid, zullen de meest veelbelovende maatregelen geselecteerd worden en praktijkcases voorgesteld worden. Deze worden uitgewerkt in een nieuw project.
  • WP11 – Communicatie: via diverse kanalen, zoals websites, nieuwsbrieven, artikels in vakbladen, …
  • WP12 – Projectcoördinatie

Rol PIBO-campus en projectpartners

Co-promotor (promotor: pcfruit , co-promotoren: PVL en Watering Sint-Truiden)

PIBO-campus is betrokken bij alle werkpakketen m.u.v. 6 en 8 met oog op akkerbouwteelten.

Looptijd: 01/03/2021 – 28/05/2022